Circulariteit

Circulariteit

Tegenover mij zit een knappe vrouw, sprekende ogen met daarin een zorgelijke blik. Ze stottert wat, onzeker over hoe ze kan vertellen wat ze wil vertellen. ‘Ik voel me zo alleen’ stamelt ze zonder mij aan te kijken. ‘Ik weet niet hoe ik dat kan doorbreken. Ik heb behoefte aan verbinding maar het enige wat ik voel is dat ik op een eiland zit en geen enkel contact heb met mijn geliefde’. Terwijl ze deze zinnen uitspreekt, stokt haar adem. De heftigheid van haar emoties zijn hoorbaar. Ik wacht met iets te zeggen. Wil haar alle ruimte geven om op haar manier te zeggen wat ze zeggen wil. Het blijft stil. De tranen stromen over haar wangen en haar blik blijft naar beneden gericht. Na enige tijd kijkt ze me recht aan en zegt bijna op fluisterende stem; ‘Ik kan zo goed alleen zijn. Misschien ligt het wel aan mij. Ik weet niet hoe ik het moet doorbreken. Het enige wat ik wel weet is dat ik dat alleen voelen niet meer wil. Daarvan heb ik al teveel gehad’.

Deze vrouw – laten we haar Sue noemen – staat niet alleen. Wij voelen ons bij tijd en wijlen zoals haar; alleen. De behoefte aan verbinding, aan gezien worden en geliefd voelen huist diep in ons. Wat we ons onvoldoende realiseren is dat het alleen voelen veelal niet gaat over nu, maar over het verleden. Doordat we ons verleden projecteren op het hier en nu voelen we angst en verlies, voelen we woede en pijn. Alleen in het hier en nu hebben we helemaal niet zoveel te vrezen, zo begin ik me meer en meer te beseffen.

Als ik Sue  vraag naar voorbeelden van er alleen voorstaan, somt ze deze moeiteloos  op. Ditmaal zonder haperen. Alsof ze een mentale lijst hiervan in haar hoofd heeft zitten. En inderdaad; wat daarin weerklinkt is de ogenschijnlijke afwezigheid van steun,  gezamenlijkheid en zelfs liefde. Maar iets wat weerklinkt, hoeft niet zo te zijn. Het wordt tijd om te onderzoeken of de werkelijkheid en de illusie één en dezelfde zijn. Zou het kunnen zijn dat het alleen-voelen zo diep geworteld is dat het in het heden nog steeds zijn werk doet? Met andere woorden wat gebeurt er als we ons verleden nog steeds als een sjabloon over het heden neerleggen?

Als we situaties nog steeds beoordelen op basis van wat we geloven over onszelf en de wereld en hoe ziet dat er dan concreet in handelen uit? Is het  mogelijk dat het alleen-voelen mede het resultaat is van een zelf-fullfilling prophecy? Zien we wat we geloven? En krijgen we wat we verwachten?

Hiermee wil ik niet zeggen dat Sue ‘schuld’ is aan het alleen-voelen. Integendeel. Iets ontstaat en als het maar lang genoeg voortduurt, gaan we geloven dat het ons overkomt. En dat is een misvatting. Wat ik haar met hart en ziel toewens, is dat ze invloed heeft in het doorbreken van dit gevoel. En dat kan alleen als ze 100% verantwoordelijk neemt voor haar aandeel in het instandhouden van het alleen-gevoel. Is zij in staat zodanig in verbinding te gaan met zichzelf dat ze in zichzelf de antwoorden vindt voor dit destructieve gevoel van alleenheid?

De weken die volgen zijn zwaar.  We doorlopen samen Sue’s  eerste kennismaking met haar alleen-voelen. Deze gaan terug naar haar leven als jong kind. Haar ouders hebben het druk met zichzelf en ze voelt zich weinig geborgen. Een reeks van jaren waarin Sue zich als kind onveilig voelt en leeft met het gevoel dat haar maar een taak rest; haar ouders gelukkig houden. Ze doet haar best op school, blinkt uit in zelfstandigheid en ontziet haar ouders door vooral meegaand en ‘makkelijk’ te zijn.

Sue is het toonbeeld van onzichtbaarheid in een leven waarin ouders zo opgaan in hun eigen innerlijke puinhopen, dat er weinig ruimte is voor zichtbaarheid en erkenning voor hun kind. Hun enige dochter. De vrouw herinnert zich een echte puberteit niet. Alles wat zich binnenin haar afspeelt, houdt ze voor zichzelf.  Haar verdriet, dillema’s, vragen, eenzaamheid en alleen-voelen; het blijft binnen de veilige muren van haar kamertje. Daarbuiten laat ze zien hoe sociaal en goedlachs zij is. Ze lijkt afgescheiden van zichzelf en de buitenwereld.

Als het waar is dat we elke relatie zien in het licht van onze ervaringen en de overtuigingen die we daaruit hebben ontwikkeld, zou het kunnen zijn dat de vrouw ook in haar relatie met haar man, veel heeft waargenomen vanuit het er alleen voorstaan? En niet alleen waargenomen maar er ook naar gehandeld? Het onderzoeken waard.

We kijken naar het leven in het licht van onze ervaringen.

Wat is dan wel belangrijk? Soms kunnen we in gesprek gaan met onze ouders. Hen meenemen in het proces waarin we zitten. Onszelf laten zien, onze worsteling. In een heel enkel geval zie ik gebeuren dat de volwassene in het kindstuk alsnog erkenning krijgt. Ik heb het een aantal keren mogen meemaken dat ouders en het volwassen kind met elkaar in gesprek gingen. Een vaak moeizaam, pijnlijk maar tevens prachtig proces waarin de erkenning voor het kind en de ontschuldiging voor de ouders, de relatie intensiveerde en ouders en kind er krachtiger uitkwamen.

Als ik Sue mijn overpeinzingen voorleg – bij wijze van suggestie – biedt zij weerstand. Begrijpelijk. Het impliceert in haar ogen dat ik eigenlijk zeg dat ze kreeg waarin ze geloofde. Inderdaad, zij ontvangt het als ‘eigen schuld dikke bult’ maar niets is minder waar. Of liever gezegd; in geen enkele situatie is sprake van schuld. Ja, als je je auto tegen een boom rijdt omdat je niet oplet, kun je spreken van schuld. Menselijke relaties zijn echter dynamische processen, altijd in beweging. Daardoor weten we nooit wanneer, en waar en bij wie het begonnen is. En met het bedoel ik de patronen waarin we zitten. Aangestuurd door onbewuste overtuigingen. Zijn de ouders van deze vrouw dan de schuld? Nee ook niet. Ze dragen wel ook ieder 100% verantwoordelijkheid voor het alleen voelen van hun kind. Ze hadden namelijk andere keuzes kunnen maken. Hiervoor is echter bewustzijn nodig van hetgeen er gaande was.  Waarschijnlijk is hun persoonlijke en relationele puinhoop ook weer terug te voeren op eerdere ervaringen en waren ze – om wat voor reden dan ook – niet in staat te zien wat er op dat moment gebeurde. We weten het niet en het is niet belangrijk.

In de praktijk blijkt echter dat velen deze erkenning via derden krijgen; hun geliefde, soms de therapeut of een belangrijke ander. In het geval van deze vrouw is in gesprek gaan met haar ouders geen optie. Ze wil het niet, wil haar ouders niet ‘opzadelen’ met haar pijn. ‘Ik zou hen alleen maar verdriet doen’ aldus de vrouw. Zo sterk is de kracht van het verleden. Nog steeds wil ze haar ouders ontzien en dat is haar goed recht. Nu maakt zij een keuze en deze kan alleen maar gerespecteerd worden. Ze zal de erkenning voor haar alleen-voelen mogelijk kunnen krijgen bij haar partner, de man die ogenschijnlijk weinig steunend en liefdevol naar haar is. Die haar bevestigt in haar alleenheid. Wat is zijn verantwoordelijkheid in deze?

Op de vraag of haar man weet dat ze hulp heeft, antwoordt ze resoluut en verheft ze haar stem. Een krachtige stem. Ze maakt duidelijk dat dit hem niets aangaat en dat hij hierin geen enkele interesse zou tonen. Ze behoedt zichzelf liever voor de teleurstelling door het niet te vertellen. Op de vraag hoezeer ze daar zeker van is, zegt ze; ‘omdat hij in niets uit mijn leven enige interesse toont. Hij is zo met zichzelf en zijn eigen leven bezig, dat daarin geen ruimte is voor mijn sores’.  Ik geef haar terug ‘dus jouw partner doet jou wel heel erg aan jouw ouders denken?”.  Het blijft stil. Een lange tijd blijft het stil.

Erkenning krijgen is een bron van kracht

Een aantal keren heb ik een dergelijk proces mogen faciliteren. Een enkele keer haakte de client, als ik hun ‘probleem’ in een bredere context wilde onderzoeken, af. Kennelijk was het te vroeg. Zij waren er nog niet aan toe om eigenaar te worden van nieuwe perspectieven, om zich te ontdoen van oude veiligheden en vertrouwde overtuigingen. De lijdensdruk was (nog) niet hoog genoeg. Bij deze vrouw wel. Zij was eraan toe om de regie te nemen over haar eigen alleen-voelen.

De vrouw neemt de eerste wankele schreden in het doorbreken van iets, door haar partner op de hoogte te brengen van de stap die ze heeft genomen; hulp krijgen bij iets waar ze zelf niet uitkomt. En hem het waarom te vertellen.

HET VOLGEN VAN JE INTUÏTIE

HET VOLGEN VAN JE INTUÏTIE

Daniel had twee studies die hij graag wilde doen. Hij kon maar niet beslissen voor welke studie hij zou gaan. En twee tegelijk was geen optie. Het advies aan hem was om een overzicht te maken met voor- en tegens van beide studies. Daarin een aantal factoren meenemend, zoals duur, kosten, kans op een baan enzovoort. Terwijl Daniel hiermee bezig was, bleek deze simpele analyse uit te pakken in het voordeel van de ene studie. Maar wat gebeurde er? Daniel koos uiteindelijk voor de andere. Gedurende de analyse merkte hij namelijk op dat een stemmetje in hem zich ‘voelbaar’ meer liet horen bij het invullen van één van de twee studies. Dat was voor hem genoeg.

Heb je ook die ervaring? Dat je van alles voelt maar dat je verstand tegenspreekt? Dat je onderbuik je vertelt dat iets niet klopt maar dat je het afdoet met ‘ik moet me niet zo aanstellen’ of  ‘ik moet me niet zo jaloers opstellen’. En dat je later de bevestiging krijgt dat wat je voelde?!

Ik ken het maar al te goed. Al heel jong leerde ik mijn intuïtie te wantrouwen. Ik kreeg namelijk met grote regelmaat de boodschap mee dat spanningen die ik voelde, niet klopte. Of dat ik me aanstelde, er was niets aan de hand. Ik stelde vragen maar kreeg ontkenning. En als kind was ik zo afhankelijk van de waarheden van de volwassenen om mij heen, dat ik écht begon te geloven dat wat ik in mijn onderbuik voelde, niet juist was. Ik leerde te vertrouwen op mijn hoofd.

Het duurde heel veel jaren voordat ik mezelf weer toestond om te voelen en daarop te vertrouwen. Tot die tijd waren de gedachten vanuit mijn hoofd, leidend. Vooral als het ging om zaken die in relatie stonden met anderen. Hiermee bleef ik weg van mijn eigen kwetsbaarheid. En laat ik eerlijk zijn; het heeft me ook veel gebracht. Maar er was een moment dat ik er niet meer omheen kon; wat ik voel is net zo waar – zelfs meer waar – dan wat ik denk. Maar voor ik zover was, had ik de nodige crisissen nodig om dit te herkennen en te erkennen.

Waar hebben we het eigenlijk over als we het over onderbuik hebben? En zijn onderbuik en intuïtie twee verschillende termen voor hetzelfde of verschillen ze van elkaar? En hoe verhoudt zich dit tot ons gevoel. Een nadere kijk hierop:
Prominente filosofen beschrijven intuïtie als mysterieus en onfeilbaar. In de psychologie geeft men neurologische verklaringen voor deze begrippen terwijl anderen wel degelijk de werking van ons onderbewuste (opgeslagen ervaringen) en zelfs bovenbewuste (de ziel) erkennen. Algemeen gesteld stelt de psychologie dat intuïtie gevormd wordt als een vorm van automatische verwerking van eerder aangeleerde informatie, kennis of vaardigheden.

Vanuit meer spiritueel oogpunt is intuïtie de stem van ons hart. Een soort intern weten. Het is een dieper gevoel, een impressie zonder woorden. Intuïtie is ons aller allereerste gevoel dat we hebben over een situatie of een persoon. De onderbuik fungeert hierin als het fysieke centrum. De kriebel, het samentrekken van de het gebied tussen de navel en de bodem van ons bekken. De onderbuik. Het weefsel is er heel gevoelig en sensitief, waardoor het als een heel intiem gebied ervaren wordt.

Tijdens mijn therapeuten-opleiding sprak mijn nestor de legendarische woorden; ‘intuïtie is verstand met haast’. Ik vond dat toen een prachtige uitspraak. En heb er mijn eigen betekenis aan gegeven. Wat mij betreft is intuïtie een prachtig samenspel tussen ons hart, onze onderbuik en als volgende dienaar, onze cognities.

Intuïtie is verstand met haast

De afgelopen jaren zijn hierin cruciaal geweest. Het wederom niet serieus nemen van alles wat ik voelde en later bevestiging krijgen dat wat ik al die tijd voelde wel degelijk klopte, bracht een ommekeer. Toen ik dit laatst nog eens doorsprak met mijn eigen coach, sprak zij de woorden ‘ Barbara, ga er maar van uit dat jouw intuïtie altijd klopt’. ‘Gebruik het als je kompas en laat je niet afschepen’. Diezelfde middag kreeg ik de kans om dit om te zetten naar ernaar handelen. Ik had ergens geen goed gevoel over. En in plaats van me te laten aftroeven, ging ik doorvragen. Ik liet hierbij mijn intuïtie spreken. En inderdaad; op basis van onderzoeken en bij mijn gevoel blijven, bleek dat mijn gevoel over de situatie klopte. Ik kon niets ‘bewijzen’ maar mijn slechte gevoel bleef en werd met doorvragen meer en meer bevestigd. Ik kon hierdoor dicht bij mezelf blijven, maakte een beslissing en kon verder.

Jouw intuïtie klopt. Daar mag je op vertrouwen

Intuïtie. Velen van ons hebben er een ambivalente relatie mee. We zijn allemaal intuïtief. We hebben allemaal ingevingen, creatieve ideeën en zijn allemaal in staat om aan te voelen. Er naar handelen is echter een ander verhaal. Net als ikzelf lange tijd heb gedaan, stellen velen de rede boven het gevoel. Praten we goed, bagataliseren, bekritiseren we of wijzen we af. Allemaal mechanismen die we in de loop van ons leven opgebouwd hebben om ons te beschermen tegen wat we voelen. In het bijzonder tegen de angst. In mijn geval angst voor verlies.

Intuïtie – afstemmen op ons gevoel – speelt een belangrijke rol in ons ontwikkelen en leiding nemen over het leven wat we wensen. Het is een intern weten wat ons op koers brengt en houdt. Ons hoofd is echter de spelbreker. Het leidt ons af en misleidt. Het brengt ons in gebieden in ons leven die niet van ons zijn maar waarvan we ‘denken’ dat ze wel bij ons horen. Door te luisteren naar je intuïtieve stem, en ernaar te handelen sterk je jezelf. Het brengt je wellicht uit veilige zones maar tegelijkertijd bewandel je daarmee de paden van kracht,  ontwikkeling en vastberadenheid.