Wat we doen, doen we meer

Wat we doen, doen we meer

Ik vraag me iets af. Ik vraag mij af hoeveel van de vechtscheidingen oplossen als wij als hulpverlening geen podium bieden waar ze op kunnen vechten. Misschien ben je nu verontwaardigd, denk je aan alle kinderen die de grootste slachtoffers zijn van 2 ouders die elkaar ‘afmaken’. Terecht dat je verontwaardiging voelt. Ik weet ook niet of mijn vraag levensvatbaar is. Maar ik sta mezelf toe deze wel af te vragen.

Vechtscheidingen. Een situatie waar 2 mensen die ooit van elkaar hielden en samen besloten kinderen op deze wereld te zetten, elkaar demoniseren. Er alles aan doen om de ander de ‘bad guy’ te laten zijn. Een situatie die boven alles, onvoorstelbaar beschadigend is voor de kinderen die onderdeel uitmaken van het vechtscheidings toneel. Waar ik de focus op wil leggen, is op de vraag in hoeverre de hulpverlening deze ouders wellicht een podium bieden? Onbedoeld. Concreet; elke dag krijgen jeugdhulpverleners vele, vele mails van vechtende ouders. De ene nog lelijker dan de ander. En altijd is er in hun perceptie een ‘schuldige’. Onderbouwd door hun eigen geloofsysteem. We zien wat we geloven.

De hulpverleners die ik ken en waarmee ik werk, zijn allemaal geschoold in meervoudig partijdig zijn. Ze laten zich niet zo makkelijk in een spagaat manoeuvreren. Zijn getraind in ouders op te dragen de andere ouder te cc’en in de mail. Doen ze dat niet, nemen ze de mail slechts voor kennisgeving aan. Maar mijn punt is dat ik nieuwsgierig ben hoe het verloop van een vechtscheiding zou zijn als de hulpverlening zich afzijdig zou houden. Ook geen toeschouwer is of mediator maar simpelweg ouders ‘tijdelijk’ in hun sop laten gaarkoken. Hen hun eigen verantwoordelijkheid laten nemen. Een stem in mij sputtert onmiddellijk; ‘Dat kun je niet doen. De kinderen!”. I get it. Dit is exact de reden waarom de hulpverlening zo lang doorgaat. Omwille van de kinderen. Omwille van hun welzijn. Maar eerlijk; ik vraag me af of we de kinderen er werkelijk écht mee helpen? Doordat de hulpverlening er wil zijn omwille van de kinderen, creëren we met elkaar de arena waarin de gevechten kunnen plaatsvinden. En zijn wij gewillige, edoch onbedoelde, toeschouwers. En heel soms vechten we mee in een parallel proces. Want eerlijk is eerlijk. Stiekem hebben we immers een hele lichte voorkeur voor die ene ‘winnaar’. Ouders zijn erop gespitst in die nuance uit te zoeken voor wie we nu die voorkeur hebben. Ook al denken en zeggen wij dat we die niet hebben. We vinden meestal wel degelijk wat. We vinden wat van de agressieve, schreeuwende vader die zijn geld inzet om macht te behouden. En ook vinden we het een en ander van de passief agressieve moeder die de kinderen als schild gebruikt en daarmee de boel manipuleert. Kort door de bocht, weinig genuanceerd en klassiek. Maar wat zou er nu gebeuren als er geen publiek meer is? School die zich richt om op school een veilige haven te creëren voor de kinderen, jeugdhulpverleners die zich niet met de ouders bezighouden maar een vangnet uitzetten voor de kinderen om zoveel mogelijk uit de vechtarena te ‘ontsnappen’. En terwijl ik dat schrijf, realiseer ik me dat we alleen de kinderen bereiken via de ouders. Loyaal als ze zijn. Dilemma.

In hoeverre kunnen we ouders die in een vechtscheiding liggen, nog eigen verantwoordelijkheid laten dragen? In hoeverre zijn ze als dusdanig ondergedompeld in hun eigen – ontstane – psychopathologie dat ze überhaupt nog metapositie kunnen innemen om zichzelf van bovenaf te bezien? Ik heb er geen antwoord op. Wat ik wel weet is dat ons probleemoplossend vermogen best groot is. Dat de tijd soms ook zijn werk doet en dat op jezelf teruggeworpen worden, in sommige omstandigheden een beste leerschool is. Maar ja, de kinderen.Wat als wij hulpverleners nu eens niet meer reageren op alle, meestal pagina’s lange mails, geen interventies meer plegen die bedoeld zijn om destructieve patronen te doorbreken? Wat als wij hulpverleners nou eens even op onze handen blijven zitten, op onze lip bijten en ons focussen op het welzijn van de kinderen.

Wat zou er gebeuren?

Ik weet het oprecht niet. Ik stel voor, bij wijze van proef, dat ouders zodra ze aan het begin staan van een vechtmodus, verplicht Kinderen uit de Knel laten volgen. Echt aan het begin van die vechtmodus. Want als ze eenmaal vechten, gaan ze door. Want zo werkt dat; wat we doen, doen we meer. Anders is het voor niets geweest. Zodra we de signalen van ‘vechten’ oppikken trekken alle hulpverleners, advocaten, mediators enzovoort zich terug, en zijn alle ogen gericht op Kinderen uit de Knel. Niets vrijblijvend. Verplicht. Zou dat mogelijk zijn? Ahhhh het volgende dilemma; in een vrijwillig kader kunnen we ouders tot niets verplichten *Diepe Zucht*.

Circulariteit

Circulariteit

Tegenover mij zit een knappe vrouw, sprekende ogen met daarin een zorgelijke blik. Ze stottert wat, onzeker over hoe ze kan vertellen wat ze wil vertellen. ‘Ik voel me zo alleen’ stamelt ze zonder mij aan te kijken. ‘Ik weet niet hoe ik dat kan doorbreken. Ik heb behoefte aan verbinding maar het enige wat ik voel is dat ik op een eiland zit en geen enkel contact heb met mijn geliefde’. Terwijl ze deze zinnen uitspreekt, stokt haar adem. De heftigheid van haar emoties zijn hoorbaar. Ik wacht met iets te zeggen. Wil haar alle ruimte geven om op haar manier te zeggen wat ze zeggen wil. Het blijft stil. De tranen stromen over haar wangen en haar blik blijft naar beneden gericht. Na enige tijd kijkt ze me recht aan en zegt bijna op fluisterende stem; ‘Ik kan zo goed alleen zijn. Misschien ligt het wel aan mij. Ik weet niet hoe ik het moet doorbreken. Het enige wat ik wel weet is dat ik dat alleen voelen niet meer wil. Daarvan heb ik al teveel gehad’.

Deze vrouw – laten we haar Sue noemen – staat niet alleen. Wij voelen ons bij tijd en wijlen zoals haar; alleen. De behoefte aan verbinding, aan gezien worden en geliefd voelen huist diep in ons. Wat we ons onvoldoende realiseren is dat het alleen voelen veelal niet gaat over nu, maar over het verleden. Doordat we ons verleden projecteren op het hier en nu voelen we angst en verlies, voelen we woede en pijn. Alleen in het hier en nu hebben we helemaal niet zoveel te vrezen, zo begin ik me meer en meer te beseffen.

Als ik Sue  vraag naar voorbeelden van er alleen voorstaan, somt ze deze moeiteloos  op. Ditmaal zonder haperen. Alsof ze een mentale lijst hiervan in haar hoofd heeft zitten. En inderdaad; wat daarin weerklinkt is de ogenschijnlijke afwezigheid van steun,  gezamenlijkheid en zelfs liefde. Maar iets wat weerklinkt, hoeft niet zo te zijn. Het wordt tijd om te onderzoeken of de werkelijkheid en de illusie één en dezelfde zijn. Zou het kunnen zijn dat het alleen-voelen zo diep geworteld is dat het in het heden nog steeds zijn werk doet? Met andere woorden wat gebeurt er als we ons verleden nog steeds als een sjabloon over het heden neerleggen?

Als we situaties nog steeds beoordelen op basis van wat we geloven over onszelf en de wereld en hoe ziet dat er dan concreet in handelen uit? Is het  mogelijk dat het alleen-voelen mede het resultaat is van een zelf-fullfilling prophecy? Zien we wat we geloven? En krijgen we wat we verwachten?

Hiermee wil ik niet zeggen dat Sue ‘schuld’ is aan het alleen-voelen. Integendeel. Iets ontstaat en als het maar lang genoeg voortduurt, gaan we geloven dat het ons overkomt. En dat is een misvatting. Wat ik haar met hart en ziel toewens, is dat ze invloed heeft in het doorbreken van dit gevoel. En dat kan alleen als ze 100% verantwoordelijk neemt voor haar aandeel in het instandhouden van het alleen-gevoel. Is zij in staat zodanig in verbinding te gaan met zichzelf dat ze in zichzelf de antwoorden vindt voor dit destructieve gevoel van alleenheid?

De weken die volgen zijn zwaar.  We doorlopen samen Sue’s  eerste kennismaking met haar alleen-voelen. Deze gaan terug naar haar leven als jong kind. Haar ouders hebben het druk met zichzelf en ze voelt zich weinig geborgen. Een reeks van jaren waarin Sue zich als kind onveilig voelt en leeft met het gevoel dat haar maar een taak rest; haar ouders gelukkig houden. Ze doet haar best op school, blinkt uit in zelfstandigheid en ontziet haar ouders door vooral meegaand en ‘makkelijk’ te zijn.

Sue is het toonbeeld van onzichtbaarheid in een leven waarin ouders zo opgaan in hun eigen innerlijke puinhopen, dat er weinig ruimte is voor zichtbaarheid en erkenning voor hun kind. Hun enige dochter. De vrouw herinnert zich een echte puberteit niet. Alles wat zich binnenin haar afspeelt, houdt ze voor zichzelf.  Haar verdriet, dillema’s, vragen, eenzaamheid en alleen-voelen; het blijft binnen de veilige muren van haar kamertje. Daarbuiten laat ze zien hoe sociaal en goedlachs zij is. Ze lijkt afgescheiden van zichzelf en de buitenwereld.

Als het waar is dat we elke relatie zien in het licht van onze ervaringen en de overtuigingen die we daaruit hebben ontwikkeld, zou het kunnen zijn dat de vrouw ook in haar relatie met haar man, veel heeft waargenomen vanuit het er alleen voorstaan? En niet alleen waargenomen maar er ook naar gehandeld? Het onderzoeken waard.

We kijken naar het leven in het licht van onze ervaringen.

Wat is dan wel belangrijk? Soms kunnen we in gesprek gaan met onze ouders. Hen meenemen in het proces waarin we zitten. Onszelf laten zien, onze worsteling. In een heel enkel geval zie ik gebeuren dat de volwassene in het kindstuk alsnog erkenning krijgt. Ik heb het een aantal keren mogen meemaken dat ouders en het volwassen kind met elkaar in gesprek gingen. Een vaak moeizaam, pijnlijk maar tevens prachtig proces waarin de erkenning voor het kind en de ontschuldiging voor de ouders, de relatie intensiveerde en ouders en kind er krachtiger uitkwamen.

Als ik Sue mijn overpeinzingen voorleg – bij wijze van suggestie – biedt zij weerstand. Begrijpelijk. Het impliceert in haar ogen dat ik eigenlijk zeg dat ze kreeg waarin ze geloofde. Inderdaad, zij ontvangt het als ‘eigen schuld dikke bult’ maar niets is minder waar. Of liever gezegd; in geen enkele situatie is sprake van schuld. Ja, als je je auto tegen een boom rijdt omdat je niet oplet, kun je spreken van schuld. Menselijke relaties zijn echter dynamische processen, altijd in beweging. Daardoor weten we nooit wanneer, en waar en bij wie het begonnen is. En met het bedoel ik de patronen waarin we zitten. Aangestuurd door onbewuste overtuigingen. Zijn de ouders van deze vrouw dan de schuld? Nee ook niet. Ze dragen wel ook ieder 100% verantwoordelijkheid voor het alleen voelen van hun kind. Ze hadden namelijk andere keuzes kunnen maken. Hiervoor is echter bewustzijn nodig van hetgeen er gaande was.  Waarschijnlijk is hun persoonlijke en relationele puinhoop ook weer terug te voeren op eerdere ervaringen en waren ze – om wat voor reden dan ook – niet in staat te zien wat er op dat moment gebeurde. We weten het niet en het is niet belangrijk.

In de praktijk blijkt echter dat velen deze erkenning via derden krijgen; hun geliefde, soms de therapeut of een belangrijke ander. In het geval van deze vrouw is in gesprek gaan met haar ouders geen optie. Ze wil het niet, wil haar ouders niet ‘opzadelen’ met haar pijn. ‘Ik zou hen alleen maar verdriet doen’ aldus de vrouw. Zo sterk is de kracht van het verleden. Nog steeds wil ze haar ouders ontzien en dat is haar goed recht. Nu maakt zij een keuze en deze kan alleen maar gerespecteerd worden. Ze zal de erkenning voor haar alleen-voelen mogelijk kunnen krijgen bij haar partner, de man die ogenschijnlijk weinig steunend en liefdevol naar haar is. Die haar bevestigt in haar alleenheid. Wat is zijn verantwoordelijkheid in deze?

Op de vraag of haar man weet dat ze hulp heeft, antwoordt ze resoluut en verheft ze haar stem. Een krachtige stem. Ze maakt duidelijk dat dit hem niets aangaat en dat hij hierin geen enkele interesse zou tonen. Ze behoedt zichzelf liever voor de teleurstelling door het niet te vertellen. Op de vraag hoezeer ze daar zeker van is, zegt ze; ‘omdat hij in niets uit mijn leven enige interesse toont. Hij is zo met zichzelf en zijn eigen leven bezig, dat daarin geen ruimte is voor mijn sores’.  Ik geef haar terug ‘dus jouw partner doet jou wel heel erg aan jouw ouders denken?”.  Het blijft stil. Een lange tijd blijft het stil.

Erkenning krijgen is een bron van kracht

Een aantal keren heb ik een dergelijk proces mogen faciliteren. Een enkele keer haakte de client, als ik hun ‘probleem’ in een bredere context wilde onderzoeken, af. Kennelijk was het te vroeg. Zij waren er nog niet aan toe om eigenaar te worden van nieuwe perspectieven, om zich te ontdoen van oude veiligheden en vertrouwde overtuigingen. De lijdensdruk was (nog) niet hoog genoeg. Bij deze vrouw wel. Zij was eraan toe om de regie te nemen over haar eigen alleen-voelen.

De vrouw neemt de eerste wankele schreden in het doorbreken van iets, door haar partner op de hoogte te brengen van de stap die ze heeft genomen; hulp krijgen bij iets waar ze zelf niet uitkomt. En hem het waarom te vertellen.

Oefening baart Liefde

Oefening baart Liefde

Hoe komt het toch kan dat relaties tussen twee vrouwen vaak intens en liefdevol zijn maar op langere termijn tóch niet stand houden. Wat gaat er mis? En welke patronen volgen wij vrouwen daarin? Heeft het te maken met de gevoeligheid van veel vrouwen? Of uitgesproken karakters?

Om deze vraag beantwoord te krijgen, leg ik een voorbeeld uit de praktijk langs de meetlat van de relationele dynamiek tussen vrouwen: Als haar partner Els thuiskomt met de mededeling dat ze verliefd is geworden op een ander, realiseert Agaath zich dat ze niet goed heeft opgelet in hun relatie. Al jaren lijkt alles goed te gaan. Het nieuws komt als donderslag bij heldere hemel voor Agaath. Achteraf vraagt ze zich af waar de liefde al die tijd was? Welke bijdrage heeft zij geleverd aan hun liefde én aan de breuk?

Agaath en Els hebben zo hun onenigheid, hun strijd. Ze vechten mild over de simpelste zaken. Agaath praat te veel, Els te weinig. Els is te weinig thuis, Agaath wil te veel. Toch genieten ze van elkaars gezelschap. Ze vrijen minder frequent dan vroeger, met minder passie, maar er is zeker wel intimiteit. Als ze thuiskomen van het werk kussen ze elkaar, zijn ze blij om elkaar te zien.

Ze eten altijd samen, spreken dan de dag door en de avonden brengen ze regelmatig in elkaars gezelschap door. Niets dramatisch. Het leven zoals velen van ons dat wel in meer of mindere mate herkennen.Recent komt Agaath erachter dat ze in slaap gesukkeld is binnen haar relatie met Els. Ze heeft voor haar gevoel niet de interesse in de relatie verloren, ze is de interesse in zichzelf verloren. In haar eigen leven. In de dingen die voor haar belangrijk zijn. Agaath realiseert zich dat ze veel van zichzelf heeft ingeleverd ten behoeve van de relatie. Denkt ze.

De mate waarin jij jezelf laat zien in de relatie en de mate waarin jij de relatie waardeert zijn belangrijk en liggen in elkaars verlengde.

Hoe weinig we ook écht weten over de liefde en geluk, we weten meestal wel dat het gedrag van de ander niet bepalend is voor ons welbevinden.Wij zijn er zelf verantwoordelijk voor om zorg en aandacht aan onszelf te besteden ongeacht anderen en ongeacht de externe omstandigheden waarin we ons begeven.Elke relatie begint met de relatie die we met onszelf hebben. Als we niet in verbinding staan met onze eigen kern, dan hebben we niets wat ons kan verbinden met de ander. Het gaat er nooit om wat de ander doet. Centraal staat vooral de vraag: hoe zie je jezelf in relatie met jezelf en met de ander en is dat wie je wilt zijn? Ben je jouw leven en jouw relatie aan het vormgeven op de manier zoals jij je dat wenst?
Ondersteunt jouw gedrag naar buiten toe dat wat je zegt te willen? En laten we eerlijk zijn. Het is voor ons vrouwen best een ingewikkelde opgave om in verbinding te blijven met onze kern. De meesten van ons zijn opgegroeid met de onbewuste overtuiging dat we dienstbaar moeten zijn en dat zorg voor de ander onze primaire levenstaak is. Veel vrouwen die ik spreek ervaren goed voor zichzelf zorgen en zichzelf centraal stellen als egoïstisch. Niets is minder waar. Goed voor jezelf zorgen is dé manier om een gezonde relatie te onderhouden. Als je jezelf waardevol acht en liefdevol naar jezelf bent, heb je simpelweg meer te geven aan anderen.

Lesbische en biseksuele vrouwen ook nog eens een minderheid. In onze opvoeding is hetero zijn nog steeds de normen homoseksualiteit afwijkend. Zie binnen een dergelijke maatschappelijke context jezelf maar eens én waardevol te vinden – voor jezelf te gaan staan – én een gezonde en goede relatie te onderhouden. Gelukkig zien we hierin steeds meer veranderen en ontwikkelen de lesbiennes en biseksuele vrouwen van nu een groter zelfbewustzijn.
De mate waarin jij jezelf laat zien in de relatie en de mate waarin jij de relatie waardeert zijn belangrijk en liggen in elkaars verlengde. Maar om jezelf te laten zien moet je kwetsbaar durven zijn, en dit vraagt om volledige acceptatie van jezelf. Dat is een relationele wetmatigheid; schenk aandacht aan jezelf, aan wie je bent en waar je voor staat in het leven. Als je dat kunt, schenk je jezelf liefde en wordt het makkelijker om te geven in je relatie. Je kwetsbaar durven tonen is een belangrijk onderdeel van geven. Veelal vinden we dit lastig omdat het ons een onveilig gevoel kan geven. Maar vaker staan onzekerheden in de weg. Begin je al verbindingen te zien die leiden naar een fijne, gezonde relatie? Als relatietherapeute is mijn ervaring met vrouwenstellen dat ik voornamelijk drie typen relaties voorbij zie komen;

Hoe komt het toch dat relaties tussen tweevrouwen vaak intens en liefdevol zijn, maar op langere termijn tóch niet stand houden. Wat gaat er mis? En welke patronen volgen wij vrouwen daarin? Heeft het te maken met de gevoeligheid van veel vrouwen? Of uitgesproken karakters?

De éénrichtingsverkeer relatie

De ene partner zorgt voor de ander onder het mom van ‘als ik voor jou kan zorgen, voel ik me gelukkig’. En de andere partner laat zich dat wel gevallen. Geen van beiden heeft echter oog voor de aandacht die de relatie vraagt. Het is een ongezonde situatie omdat de verzorgende zichzelf steeds kleiner maakt en weinig of geen aandacht meer heeft voor zichzelf. Ze is volkomen afhankelijk van de mate waarin de andere partner de zorg ontvangt. De basis van de relatie wordt slechts gevormd door de behoeften van één partner; degene die de zorg ontvangt. In dergelijke relaties wordt over het algemeen al snel besloten te gaan samenwonen, waarbij het overigens niet altijd een bewuste keuze is. De een trekt bij de ander in, en voor ze het zich écht bewust zijn, delen zij een leven samen en een huishouden.

De parallele relatie

De ene partner zorgt voor zichzelf en de ander doet hetzelfde. Ook in deze relatie wordt niet voor de relatie zelf gezorgd. In deze relatie staan onafhankelijkheid, kracht en de vaardigheid om voor zichzelf te zorgen, hoog in de lijst van waarden. Over het algemeen hebben deze partners een druk sociaal leven en ze spenderen op elkaar en het gevoel van verbinding is niet groot. Generaliserend kan gesteld worden dat deze stellen vaker apart van elkaar wonen dan samen. En als ze samen-wonen, draaien ze vaker dan andere typen stellen, hun eigen programma. Deze stellen hebben geen hoog oplopende conflicten – emoties spelen minder een rol – en de intimiteit zoeken ze vaker buiten de relatie bijvoorbeeld in het contact met familie, dan dat ze dit bij elkaar vinden.

De versmolten relatie

De partners zorgen voor elkaar maar niet voor de relatie. In een dergelijke relatie zijn de partners zo versmolten met elkaar dat het niet geheel duidelijk meer is waarin de eigenheid en de verschillen zitten. Beslissingen nemen is bijvoorbeeld een probleem aangezien de partners meer gericht zijn in het plezieren van elkaar, dan in het delen van wat ze nodig hebben voor zichzelf. De mate waarin wordt gehouden van de ander is dezelfde mate waarin de partner zichzelf wegcijfert – opoffert – als bewijs van de liefde. De ander heeft absolute prioriteit, veelal ten koste van zelfwaardering en zelfzorg. Deze vrouwen schenken weinig of geen tijd en aandacht aan zichzelf.

Uiteindelijk komen vrouwen in een dergelijke relatie veelal in boosheid en verzet terecht. Jezelf wegcijferen is namelijk iets anders dan geven. Bij wegcijferen wil je er iets voor terug; dezelfde zorg die jij aan die ander geeft. Er wordt als het ware een mentaal lijstje bijgehouden over het geven en nemen. Als dat uit balans is, ontstaat er destructieve boosheid. Mijn ervaring met vrouwen in een versmolten relatie is, dat als het éénmaal scheef zit, vaak veel boosheid aan de oppervlakte komt. Dé uiting van het verzet om nog langer in deze ‘de ander is meer waard dan ikzelf’ relatie te verblijven. Ook deze stellen kiezen er over het algemeen voor om snel samen te wonen. Ditmaal bewust. Het kan soms jaren duren voordat het dysfunctionele patroon waarin ze zitten naar de oppervlakte komt. Maar vroeger of later komt het. Mogelijk een beetje herkenning in alle drie de bovenstaande voorbeelden? Wat er in ieder geval mist in bovenstaande voorbeelden, is balans. Elke relatie bestaat uit twee mensen met unieke behoeften en wensen. En deze vragen erom alle ruimte te krijgen. Zichtbaar te zijn, en door beide partners geaccepteerd te worden. Alleen dán zijn we in staat om op een gezonde manier voor onze relatie te zorgen.

‘Relaties zijn bedoeld om ons te verbinden. Niet om ons gelukkig te maken’

Een gezonde relatie is de uitkomst van twee mensen die van elkaar houden en daarbinnen bewust keuzes maken om emotioneel, fysiek, psychologische en spiritueel in zichzelf te investeren, en deze als input te gebruiken om het een gedeelde ervaring te maken binnen de relatie. Daarmee verdiept ook de relatie zich. Het is een wederkerig proces. Je kunt ook zeggen dat de relatie het fundament is van waaruit je samen de verdieping in jezelf opzoekt. In ieder geval gaat het erom dat je de commitment aangaat met jezelf én met de relatie. Niet met de ander. Alleen dan groei je naar meer eigenheid als vrouw en wordt de relatie een aanvulling op wie jij bent in plaats van een invulling van wie jij niet bent. Vrouwenstellen in het bijzonder worden uitgedaagd in het balanceren tussen persoonlijke voorkeuren en de wijze waarop zij hun samenzijn vormgeven. De uitdaging zit vooral in het stellen van grenzen, door de gevoeligheid die vrouwen hebben ten aanzien van afstand en nabijheid. Of liever gezegd; alleen versus samen. Zodra de ene partner meer haar individuele ruimte gaat opeisen – meer richting het leven dat zij had vóór de relatie – kan dat bij de andere partner een angstige reactie teweeg brengen. De basis voor een ongezonde voortgang van de relatie ligt dan op de loer. Nodig is wederzijds begrip, en daarmee openheid en ruimte voor de wensen en gevoelens, wat er met beiden gebeurt als dit gaande is. Het zou mij niet verbazen als dit mechanisme ten grondslag ligt aan de vele lesbische relaties die uiteindelijk eindigen.

Wil je liefde? Geef liefde!

Terug naar Agaath en Els. Tijdens een individuele sessie met Agaath komt zij er achter dat ze zich grotendeels is gaan voegen naar Els. Ze is zich gaan aanpassen aan haar wensen en behoeften. Daarbij voorbijgaand aan wat zijzelf nodig had. Hoewel ze dacht dat ze hiermee investeerde in hun relatie, was ze in werkelijkheid Els aan het ‘pleasen’. Een zware belasting voor Els; zij ging zich onbewust verantwoordelijk voelen voor het Wel-Zijn van Agaath. Hierdoor ging Els zich terugtrekken waardoor Agaath nog meer uit de kast ging trekken om Els tevreden te stemmen. Een patroon dat uiteindelijk doorbroken wordt als Els de ultieme uitvlucht vindt; verliefd worden op een ander. En het roept vast een verbazing op als ik zeg dat Els, als ze met zichzelf niet een aantal zaken op orde krijgt, in dezelfde patronen terecht komt in haar nieuwe relatie. Wat we ons vaak onvoldoende realiseren is dat we maar op twee zaken invloed hebben; onszelf en de relatie. Als we de focus leggen op onszelf – op onze eigen ontwikkeling en laten zien wie we zijn en daar verantwoordelijkheid voor nemen – geven we onze partner het mooiste cadeau dat we te bieden hebben; onszelf. Relaties zijn bedoeld om ons in verbinding te laten zijn, niet om ons gelukkig te maken. Gezonde relaties zijn de relaties waarin de partners goed voor zichzelf zorgen; ruimte innemen voor hun eigen wensen en behoeften, en daarin hun grenzen bewaken.

‘Je kunt ook zeggen dat de relatie het fundament is van waaruit je samen de verdieping in jezelf opzoekt’

Zorg ervoor dat je investeert in jezelf. Ken jezelf. Als je weet wie je bent, waar je natuurlijke grenzen liggen en wat jij belangrijk vindt, kun je hiervoor de ruimte innemen die je nodig hebt om je fijn te voelen binnen de relatie. Én dàt draagt weer bij tot meer aangaan met elkaar. In plaats van de oplossing te zoeken buiten de relatie had Els er beter aan gedaan energie te stoppen in het onder ogen komen bij zichzelf wat ze nodig had binnen de relatie met Agaath;

  • Accepteer en respecteer de ruimte die jouw partner nodig heeft om zich goed te voelen. Als het bij jou angstige gevoelens oproept – bijvoorbeeld omdat je je afgewezen voelt als de ander tijd spendeert met anderen – praat hier dan over met elkaar. Ook als je dat lastig vindt. Liefde maakt tenslotte moedig;
  • Laat jezelf zien. Om een gezonde relatie te onderhouden is het van belang dat je naast jouw wensen, behoeften en dromen ook je kwetsbaarheden, onzekerheden en angsten deelt met je partner. Hierdoor ontwikkelt de ander een ‘liefdesplattegrond’ van wie jij bent en hoe zich dat verhoudt tot onderwerpen binnen jullie relatie. Het verdiept niet alleen de mate van intimiteit maar geeft je partner bovenal een kader van waaruit jij jouw individuele keuzes kunt maken zonder dat dit invloed heeft op de kwaliteitsbeleving van jullie relatie.

Om de liefde te ervaren en daarin te kunnen geven, zijn twee mensen nodig. De relatie, waarbinnen de liefde haar weg vindt, vraagt om aandacht, onderhoud en commitment naar elkaar. Het is van belang dat er balans is tussen de investeringen in de relatie ten opzichte van investeringen die je doet in jezelf. Elke goede relatie begint met een goede relatie met jezelf. Hoe zit dat bij jou?

HET VOLGEN VAN JE INTUÏTIE

HET VOLGEN VAN JE INTUÏTIE

Daniel had twee studies die hij graag wilde doen. Hij kon maar niet beslissen voor welke studie hij zou gaan. En twee tegelijk was geen optie. Het advies aan hem was om een overzicht te maken met voor- en tegens van beide studies. Daarin een aantal factoren meenemend, zoals duur, kosten, kans op een baan enzovoort. Terwijl Daniel hiermee bezig was, bleek deze simpele analyse uit te pakken in het voordeel van de ene studie. Maar wat gebeurde er? Daniel koos uiteindelijk voor de andere. Gedurende de analyse merkte hij namelijk op dat een stemmetje in hem zich ‘voelbaar’ meer liet horen bij het invullen van één van de twee studies. Dat was voor hem genoeg.

Heb je ook die ervaring? Dat je van alles voelt maar dat je verstand tegenspreekt? Dat je onderbuik je vertelt dat iets niet klopt maar dat je het afdoet met ‘ik moet me niet zo aanstellen’ of  ‘ik moet me niet zo jaloers opstellen’. En dat je later de bevestiging krijgt dat wat je voelde?!

Ik ken het maar al te goed. Al heel jong leerde ik mijn intuïtie te wantrouwen. Ik kreeg namelijk met grote regelmaat de boodschap mee dat spanningen die ik voelde, niet klopte. Of dat ik me aanstelde, er was niets aan de hand. Ik stelde vragen maar kreeg ontkenning. En als kind was ik zo afhankelijk van de waarheden van de volwassenen om mij heen, dat ik écht begon te geloven dat wat ik in mijn onderbuik voelde, niet juist was. Ik leerde te vertrouwen op mijn hoofd.

Het duurde heel veel jaren voordat ik mezelf weer toestond om te voelen en daarop te vertrouwen. Tot die tijd waren de gedachten vanuit mijn hoofd, leidend. Vooral als het ging om zaken die in relatie stonden met anderen. Hiermee bleef ik weg van mijn eigen kwetsbaarheid. En laat ik eerlijk zijn; het heeft me ook veel gebracht. Maar er was een moment dat ik er niet meer omheen kon; wat ik voel is net zo waar – zelfs meer waar – dan wat ik denk. Maar voor ik zover was, had ik de nodige crisissen nodig om dit te herkennen en te erkennen.

Waar hebben we het eigenlijk over als we het over onderbuik hebben? En zijn onderbuik en intuïtie twee verschillende termen voor hetzelfde of verschillen ze van elkaar? En hoe verhoudt zich dit tot ons gevoel. Een nadere kijk hierop:
Prominente filosofen beschrijven intuïtie als mysterieus en onfeilbaar. In de psychologie geeft men neurologische verklaringen voor deze begrippen terwijl anderen wel degelijk de werking van ons onderbewuste (opgeslagen ervaringen) en zelfs bovenbewuste (de ziel) erkennen. Algemeen gesteld stelt de psychologie dat intuïtie gevormd wordt als een vorm van automatische verwerking van eerder aangeleerde informatie, kennis of vaardigheden.

Vanuit meer spiritueel oogpunt is intuïtie de stem van ons hart. Een soort intern weten. Het is een dieper gevoel, een impressie zonder woorden. Intuïtie is ons aller allereerste gevoel dat we hebben over een situatie of een persoon. De onderbuik fungeert hierin als het fysieke centrum. De kriebel, het samentrekken van de het gebied tussen de navel en de bodem van ons bekken. De onderbuik. Het weefsel is er heel gevoelig en sensitief, waardoor het als een heel intiem gebied ervaren wordt.

Tijdens mijn therapeuten-opleiding sprak mijn nestor de legendarische woorden; ‘intuïtie is verstand met haast’. Ik vond dat toen een prachtige uitspraak. En heb er mijn eigen betekenis aan gegeven. Wat mij betreft is intuïtie een prachtig samenspel tussen ons hart, onze onderbuik en als volgende dienaar, onze cognities.

Intuïtie is verstand met haast

De afgelopen jaren zijn hierin cruciaal geweest. Het wederom niet serieus nemen van alles wat ik voelde en later bevestiging krijgen dat wat ik al die tijd voelde wel degelijk klopte, bracht een ommekeer. Toen ik dit laatst nog eens doorsprak met mijn eigen coach, sprak zij de woorden ‘ Barbara, ga er maar van uit dat jouw intuïtie altijd klopt’. ‘Gebruik het als je kompas en laat je niet afschepen’. Diezelfde middag kreeg ik de kans om dit om te zetten naar ernaar handelen. Ik had ergens geen goed gevoel over. En in plaats van me te laten aftroeven, ging ik doorvragen. Ik liet hierbij mijn intuïtie spreken. En inderdaad; op basis van onderzoeken en bij mijn gevoel blijven, bleek dat mijn gevoel over de situatie klopte. Ik kon niets ‘bewijzen’ maar mijn slechte gevoel bleef en werd met doorvragen meer en meer bevestigd. Ik kon hierdoor dicht bij mezelf blijven, maakte een beslissing en kon verder.

Jouw intuïtie klopt. Daar mag je op vertrouwen

Intuïtie. Velen van ons hebben er een ambivalente relatie mee. We zijn allemaal intuïtief. We hebben allemaal ingevingen, creatieve ideeën en zijn allemaal in staat om aan te voelen. Er naar handelen is echter een ander verhaal. Net als ikzelf lange tijd heb gedaan, stellen velen de rede boven het gevoel. Praten we goed, bagataliseren, bekritiseren we of wijzen we af. Allemaal mechanismen die we in de loop van ons leven opgebouwd hebben om ons te beschermen tegen wat we voelen. In het bijzonder tegen de angst. In mijn geval angst voor verlies.

Intuïtie – afstemmen op ons gevoel – speelt een belangrijke rol in ons ontwikkelen en leiding nemen over het leven wat we wensen. Het is een intern weten wat ons op koers brengt en houdt. Ons hoofd is echter de spelbreker. Het leidt ons af en misleidt. Het brengt ons in gebieden in ons leven die niet van ons zijn maar waarvan we ‘denken’ dat ze wel bij ons horen. Door te luisteren naar je intuïtieve stem, en ernaar te handelen sterk je jezelf. Het brengt je wellicht uit veilige zones maar tegelijkertijd bewandel je daarmee de paden van kracht,  ontwikkeling en vastberadenheid.

Making Scientists Feel Like Boom Again With High Speed

Completely drive one-to-one paradigms and cooperative channels. Synergistically e-enable parallel growth strategies before business strategic theme areas. Synergistically coordinate installed base opportunities through orthogonal channels. Monotonectally maximize one-to-one architectures and performance based schemas. Efficiently evisculate transparent catalysts for change and strategic deliverables.

Collaboratively supply superior manufactured products for clicks-and-mortar materials. Collaboratively envisioneer intuitive data.